Het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten (het BOA-decreet) kent aan lokale besturen een centrale regierol toe in de uitbouw van een geïntegreerd buitenschools aanbod. De lokale besturen staan voor de opdracht om een toegankelijk, kwaliteitsvol en inclusief aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten te realiseren voor alle kinderen van 2,5 tot 12 jaar, voor en na schooltijd en op schoolvrije dagen.
Het lokaal bestuur vervult daartoe de volgende opdrachten:
1° het ontwikkelen van een lokaal beleid dat rekening houdt met de doelstellingen en dat deel uitmaakt van de meerjarenplanning.
2° het beslissen over de besteding en de verdeling van de beschikbare financiële, personele, logistieke en infrastructurele middelen, waaronder de subsidie.
3° de erkenning, het toezicht en de handhaving met betrekking tot het lokaal aanbod van buitenschoolse activiteiten.
Het lokaal bestuur bekijkt daarbij de toegankelijkheid en heeft bijzondere aandacht voor kleuters, kwetsbare gezinnen en kinderen met een specifieke zorgbehoefte, en voor het stimuleren van het multifunctioneel en efficiënt gebruik van infrastructuur.
Het lokaal bestuur Gavere start op 1 september 2026 met de effectieve uitvoering van het BOA-decreet.
Het vaststellen van een lokaal erkenningskader kadert binnen deze decretale bevoegdheden en vormt een noodzakelijke stap voor een consistente en transparante uitvoering van het BOA-decreet op lokaal niveau.
De Vlaamse Regering ontwikkelde een inspiratiekader ter ondersteuning van lokale besturen en aanbieders van buitenschoolse opvang en activiteiten, evenals een subsidieregeling bij de realisatie van een geïntegreerd aanbod. Vanaf 1 september 2026 moet het erkend aanbod buitenschoolse activiteiten voldoen aan de minimale vereisten binnen de zes kerngebieden binnen het Vlaams kwaliteitskader. Deze kwaliteitsvoorwaarden zijn gebaseerd op de dimensies van het Europees kwaliteitskader.
Aanbod buitenschoolse activiteiten dat reeds een erkenning heeft op basis van andere regelgeving moet niet opnieuw erkend worden.
Het lokaal bestuur ontwikkelt een lokaal erkenningskader, gebaseerd op de bovenstaande principes en in overleg met de betrokken actoren, binnen het lokaal samenwerkingsverband.
Dit lokaal erkenningskader geeft de kwaliteitsvoorwaarden weer waaraan een organisator moet voldoen om aanspraak te kunnen maken op financiële middelen gekoppeld aan BOA.
Het lokaal bestuur erkent dat het uitbouwen van een geïntegreerd kwaliteitsbeleid een groeiproces is. Van de organisator wordt verwacht dat hij aantoonbaar inzet op het versterken van de kwaliteitspijlers en hierover jaarlijks rapporteert volgens het door de gemeente Gavere vastgelegde sjabloon. Deze evaluatie brengt zowel de gerealiseerde stappen als de geplande verbeteracties in kaart en vormt de basis voor opvolging en dialoog met het lokaal bestuur.
Het lokaal samenwerkingsverband verleende positief advies over de voorliggende ontwerpstukken in de zitting van 27 februari 2026. Het concreet advies en het antwoord hierop luiden:
| Advies | Antwoord bestuur |
| Art. 2: "De opvang vindt plaats voor- en naschools en op woensdagnamiddag en op schoolvrije dagen". De scholen geven aan dat zij niet alleen kunnen instaan voor de organisatie van de opvang tijdens de schoolvrije dagen. Ondersteuning vanuit de gemeente is noodzakelijk hiervoor. | Het bestuur wil hiervoor inderdaad op zoek gaan naar een samenwerkingsmodel om de opvang tijdens schoolvrije dagen kwaliteitsvol in te vullen. Art. 2 werd als volgt aangepast:
|
| Art. 6: Wat zijn de concrete verwachtingen rond een publiek toegankelijke klachtenprocedure? Kan dit in het schoolreglement en mag dit één procedure zijn voor onderwijs én opvang? | Dit wordt niet geëxpliciteerd in het erkenningskader en vergt dan ook geen aanpassingen. |
| Art. 7: Wat gebeurt er als de opvang verlieslatend wordt? | Het erkenningskader geeft aan dat de organisator een gezond financieel beleid moet voeren. Het kader vermeldt ook dat tarieven jaarlijks worden vastgesteld in samenspraak met het lokaal samenwerkingsverband BOA en kunnen worden bijgestuurd op basis van actuele noden. |
| Art. 8: De minimaal verwachte openingsuren op woensdagnamiddag (tot 18u) en op vrijdag (tot 18u) zijn niet realistisch voor alle scholen. Voor alle scholen is het haalbaar om dit te organiseren op woensdagnamiddag tot minimaal 17u00 en op vrijdag tot minimaal 17u30. | Dit werd aangepast in artikel 8: "Zij voorzien minimaal opvang op weekdagen (exclusief woensdag en vrijdag) voor en na schooltijd van minimaal 7u tot minimaal 18u00, op woensdagnamiddag tot minimaal 17u00, op vrijdag voor en na schooltijd van minimaal 7u tot minimaal 17u30 en op schoolvrije dagen van minimaal 7u tot minimaal 18u" |
| Art. 8: Welke voorrangsregels moeten gehanteerd worden bij de toepassing van een maximumcapaciteit? | Het kader geeft enkel aan dat de maximale capaciteit geregistreerd moet worden. Het is niet de bedoeling om kinderen te weigeren en voorrangsregels toe te passen. Er werden geen bijsturingen gedaan aan het kader. |
| Art. 8 : Het kader stelt dat de erkende organisator verplicht is gebruik te maken van de door de gemeente Gavere voorziene inschrijvingstool. De scholen geven aan dat ouders niet altijd ruim op voorhand kunnen inschatten wanneer ze juist gebruik gaan maken van de opvang. | Bij de keuze van de tool en de implementatie van de tool zal dit bewaakt worden. Er werden geen bijsturingen gedaan aan het kader. |
| Art. 9: De scholen zijn bezorgd dat het toepassen van een ratio van 1 begeleider op 25 kinderen en min. 2 begeleiders aanwezig niet haalbaar is voor de kleine vestigingen. Het aanwezig zijn van min. 2 begeleiders tijdens de voorschoolse opvang en woensdagnamiddag is ook niet altijd haalbaar. | Het kader voorziet afwijkingen dus dit vraagt geen bijsturingen aan het kader: "de organisator heeft autonomie om inzet te laten variëren afhankelijk van de piek- en dalmomenten. Afwijkingen van de ratio zijn gemotiveerd mogelijk in de voorschoolse opvang of op vestigingen < 18 kinderen. " |
| Art. 9: De scholen zijn bezorgd over de verwachting rond het 'actief stimuleren van de taalontwikkeling van de kinderen'. | Dit element moet uiteraard geïnterpreteerd worden binnen de context van de buitenschoolse opvang. Het artikel werd als volgt aangepast: "De taalontwikkeling van kinderen wordt actief gestimuleerd." |
Het lokaal bestuur zal, samen met het lokaal samenwerkingsverband BOA, het lokaal erkenningskader periodiek evalueren en indien nodig aanpassen in functie van evoluerende noden en beleidsdoelstellingen.
| Doelstelling en toepassingsgebied | |
| Art. 1: | Het lokaal bestuur neemt de regierol op en werkt samen met betrokken partners aan de uitbouw van een kindgericht buitenschools beleid binnen de contouren van het BOA-decreet. Het lokaal bestuur staat, binnen het door de Vlaamse overheid vastgelegde kwaliteitskader, in voor de erkenning en handhaving van het lokaal aanbod buitenschoolse opvang. Met het oog hierop stelt het lokaal bestuur een lokaal erkenningskader vast dat de voorwaarden bepaalt waaraan organisatoren van buitenschoolse opvang moeten voldoen om erkend te kunnen worden. |
| Art. 2: | Dit erkenningskader is van toepassing op elke organisator, zijnde een rechtspersoon of een organisatie, die verantwoordelijk is voor het aanbieden van buitenschoolse opvang en die cumulatief aan alle volgende voorwaarden voldoet:
|
| Erkenningsvoorwaarden |
|
| Art. 3: | Om erkend te worden, moet een organisator voldoen aan de onderstaande basiskwaliteitseisen, of beschikken over een groeiscenario, onderbouwd met een zelfevaluatie en een verklaring op eer. De erkenning geldt van 1 september 2026 tot 31 december 2031. |
| Pijler Organisatorisch beleid |
|
| Art. 4: | De organisator beschikt over voldoende beleidsvoerend vermogen en organiseert het aanbod op een veilige, continue en transparante manier. |
| Art. 5: | 1. Beleidsvoerend vermogen De organisator verklaart bij de aanvraag tot erkenning akkoord te gaan met de lokale BOA-visie van het lokaal bestuur Gavere. De organisator beschikt over een duidelijke visie op de buitenschoolse opvang die aansluit bij de brede doelstellingen van het BOA-decreet. Deze visie is bekend bij de medewerkers en wordt vertaald in de dagelijkse werking. De organisator voorziet in duidelijk leiderschap en beschikt over een helder omschreven organisatiestructuur. Taken, functies en verantwoordelijkheden binnen de opvang zijn duidelijk vastgelegd, waarbij de eindverantwoordelijkheid expliciet wordt toegewezen. De organisator hanteert een geïntegreerde aanpak waarbij verschillende kwaliteitsaspecten onderling verbonden zijn, waaronder infrastructuur, veiligheid, gezondheid, omgang met kinderen, organisatorisch management en samenwerking met partners. De organisator hanteert een reflectieve, proactieve en reactieve houding. Hij evalueert zijn werking op basis van feedback van medewerkers, ouders, kinderen en andere betrokkenen, kijkt vooruit, neemt initiatief en reageert passend op zowel positieve als negatieve signalen. Daarnaast toont de organisator een innovatieve houding en is hij bereid de werking bij te sturen of te vernieuwen in functie van veranderende noden, regelgeving en samenwerkingsverbanden. De organisator voorziet in doeltreffende, tijdige en transparante communicatie met medewerkers en ouders. De organisator werkt actief samen met relevante partners en staat open voor feedback en bijsturing. |
| Art. 6: | 2. Integriteit en veiligheid De organisator voert een beleid dat de fysieke en psychische veiligheid van de buitenschoolse opvang waarborgt. Medewerkers zijn vertrouwd met interne procedures zoals ongevallen, grensoverschrijdend gedrag en evacuaties. De organisator voorziet hiervoor jaarlijks minstens één oefening of vormingsmoment. De organisator leeft de geldende normen en waarden na in de omgang met gezinnen, kinderen en medewerkers, met bijzondere aandacht voor een positieve omgang met diversiteit en het voorkomen van en gepast reageren op discriminatie en grensoverschrijdend gedrag. De organisator beschikt over een schriftelijk vastgelegde en publiek toegankelijke klachtenprocedure. Deze procedure wordt autonoom ontwikkeld en opgevolgd door de organisator en is aantoonbaar, onder meer door opname in het schoolreglement. Bij formele klachten geldt een meldingsplicht (ontvangst, opstart procedure en afsluiting) ten opzichte van het lokaal bestuur. Elke klacht of vaststelling houdende schending van de fysieke of psychische integriteit van een kind of medewerker wordt onmiddellijk gemeld aan de bevoegde instanties en aan het lokaal bestuur. |
| Art. 7: | 3. Financieel beleid De organisator voert een gezond financieel beleid. De organisator kan, op verzoek, jaarlijkse overzichten voorleggen van de inkomsten en uitgaven die verband houden met de organisatie van de buitenschoolse opvang. De organisator past de door de gemeente Gavere vastgelegde tarieven toe. Deze tarieven worden jaarlijks vastgesteld in samenspraak met het lokaal samenwerkingsverband BOA en kunnen worden bijgestuurd op basis van actuele noden. |
| Art. 8: | 4. Openingsuren en toegankelijkheid Organisatoren beschikken over autonomie om de openingsuren per dag vast te leggen. Zij voorzien minimaal opvang op weekdagen voor en na schooltijd van minimaal 7u tot minimaal 18u, op woensdagnamiddag tot minimaal 17u30, op vrijdag tot minimaal 17u30 en op schoolvrije dagen van minimaal 8u tot minimaal 17u. De organisator registreert de beschikbare capaciteit in functie van maximaal aantal kinderen dat gebruik kan maken van de buitenschoolse opvang tijdens de openingstijden. De erkende organisator is verplicht gebruik te maken van de door het lokaal bestuur voorziene inschrijvingstool en deze te implementeren in de werking. |
| Pijler Pedagogisch beleid |
|
| Art. 9: | De organisator beschikt over een uitgewerkte pedagogische visie . Deze visie is richtinggevend voor de dagelijkse werking van de buitenschoolse opvang en wordt gedragen door de medewerkers. 1. Kwaliteitsvolle interacties De organisator zorgt ervoor dat de begeleiders kwaliteitsvolle interacties aangaan met de kinderen. Het welbevinden en de betrokkenheid van de kinderen en de verbondenheid tussen de kinderen onderling wordt opgevolgd en bevorderd. Er wordt rekening gehouden met het ontwikkelingsniveau, het ritme, de interesses, de wensen en de eigenheid van de kinderen. Er wordt gezorgd voor zo veel mogelijk continuïteit in de begeleiding. De organisator maakt actief gebruik van de pedagogische coaching, ondersteuning en opleiding aangeboden door het lokaal bestuur Gavere. 2. Veilige en gezonde omgeving De organisator creëert rijke en gevarieerde speelmogelijkheden en ontplooiingskansen in een sfeer van vrije tijd. Er wordt rekening gehouden met de interesses en leefwereld van de kinderen binnen het geheel van het aanbod. De organisator biedt een veilige en gezonde omgeving die aan de volgende voorwaarden voldoen:
3. Taalbeleid De organisator voorziet bewust oefentijd voor het Nederlands, ook voor kleuters, en besteedt aandacht aan duidelijke en heldere communicatie met ouders. De taalontwikkeling van kinderen wordt gestimuleerd. 4. Ratio De organisator voorziet voldoende begeleiders voor het aantal kinderen aanwezig om de veiligheid en speelmogelijkheden te garanderen. Richtinggevend bij de inzet van de begeleiders geldt een kindratio van 1 begeleider op 25 kinderen. Er wordt, in functie van de veiligheid, gestreefd naar een minimale inzet van 2 begeleiders per opvangmoment. Hierbij heeft de organisator wel de autonomie om inzet te laten variëren afhankelijk van de piek- en dalmomenten. Afwijkingen van de vooropgestelde ratio zijn gemotiveerd mogelijk in de voorschoolse opvang of op vestigingen met een gemiddelde bezetting kleiner dan 18 kinderen. Voor momenten waarop uitzonderlijk slechts één medewerker aanwezig is, wordt een veiligheidsprocedure uitgewerkt. |
| Pijler Medewerkersbeleid |
|
| Art. 10: | De organisator voert een systematisch medewerkersbeleid dat gericht is op het zorgzaam omgaan met medewerkers, het creëren van betrokkenheid bij het geheel van de organisatie en het bieden van erkenning en waardering. De organisator staat in voor goede werkomstandigheden en het welzijn van de medewerkers op de werkvloer. De organisator ondersteunt alle medewerkers en neemt initiatieven om hun competenties te versterken. Elke locatie beschikt over een duidelijk aanspreekpunt. Begeleiders hoeven niet te beschikken over specifieke diploma’s, maar moeten minimaal voldoen aan het door het lokaal bestuur, in samenspraak met lokaal samenwerkingsverband BOA, vastgelegde competentieprofiel. Deze competenties dienen uiterlijk twee jaar na indiensttreding verworven te zijn en kunnen worden aangetoond via diploma’s of relevante ervaring. |
| Pijler Toegankelijkheid |
|
| Art. 11: | De organisator zorgt dat de buitenschoolse opvang toegankelijk is voor alle kinderen die de school bezoeken, ongeacht achtergrond, met bijzondere aandacht voor kleuters, kinderen met specifieke zorgbehoeften en gezinnen in kwetsbare situaties. De organisator maakt het opvangaanbod bekend aan de gezinnen door een actuele en duidelijke beschrijving van het aanbod beschikbaar te stellen, inclusief openingsuren, prijsbeleid, inschrijvings- en annuleringsvoorwaarden. Deze informatie is zowel online als op papier raadpleegbaar. Voor UiTPAS-houders met een kansentarief wordt een sociaal tarief toegepast; gezinnen in financieel kwetsbare situaties hebben recht op een vermindering van 80% op het standaardtarief. Om de deelname van kwetsbare gezinnen te bevorderen, onderneemt de organisator gerichte acties om drempels weg te nemen, informatie toegankelijk te maken en samen te werken met lokale partners die gezinnen in kwetsbare situaties ondersteunen. |
| Pijler Monitoring en evaluatie |
|
| Art. 12: | De organisator volgt systematisch de kwaliteit van de buitenschoolse opvang op en neemt bij vastgestelde tekortkomingen passende maatregelen. Hiertoe levert de organisator jaarlijks een rapportage aan volgens het door de gemeente Gavere vastgelegde sjabloon, waarin kernindicatoren van het erkenningskader worden behandeld. Daarnaast wordt om de twee jaar een tevredenheidsbevraging bij ouders uitgevoerd om de gebruikersbeleving in kaart te brengen, de resultaten worden aangewend voor de voortdurende verbetering van de werking. |
| Pijler Verbondenheid |
|
| Art. 13: | De organisator werkt samen met andere betrokken (gemeentelijke) diensten en actoren. De organisator verwerkt persoonsgegevens met inachtneming van de geldende regelgeving inzake gegevensbescherming (GDPR). De organisator staat in voor het faciliteren van de noodzakelijke uitwisseling van informatie tussen school en opvang, met respect voor de privacy van het kind en in overleg met de ouders. |
| Procedure |
|
| Aanvraag tot erkenning |
|
| Art. 14: | De organisator kan een aanvraag voor de periode 2026-2031 éénmalig indienen via een formulier tussen 1 april en 31 mei 2026. De organisator vult een zelfevaluatieformulier in waarin wordt aangegeven in welke mate aan de kwaliteitsvereisten wordt voldaan en welke verbeterstappen nog nodig zijn. Het college van burgemeester en schepenen beoordeelt de ontvangen erkenningsaanvragen ten laatste tegen 30 juni 2026. De toegekende erkenning is geldig voor de periode van 1 juli 2026 tot en met 31 december 2031. Na erkenning wordt de locatie opgenomen in het lokaal register en neemt de organisator deel aan de opvolging en jaarlijkse evaluatie. |
| Toezicht en handhaving |
|
| Art. 15: | Het lokaal bestuur houdt minstens toezicht via jaarlijks verantwoordingsverslag van de organisator via het voorzien sjabloon en is belast met de handhaving. Er kan een fysiek inspectiebezoek plaatsvinden. Daarnaast kan op elk moment een inspectiebezoek worden uitgevoerd naar aanleiding van een klacht. Een inspectiebezoek resulteert in een inspectieverslag, al dan niet met dwingende maatregelen of aanbevelingen. Bij onvoldoende opvolging van de aanbevelingen kan een negatieve evaluatie resulteren in het intrekken van de erkenning door het college van burgemeester en schepenen, desgevallend met onmiddellijke ingang om dwingende redenen. |
| Slotbepalingen |
|
| Art. 16: | Onderhavig reglement treedt in werking met ingang van 1 april 2026 en loopt tot 31 december 2031. |
| Art. 17: | Onderhavige beslissing wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285, 286 §1 1 en 287 van het decreet lokaal bestuur. De toezichthoudende overheid wordt in kennis gesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur. |
| Art. 18: | Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan:
|