Het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten (het BOA-decreet) kent aan lokale besturen een centrale regierol toe in de uitbouw van een geïntegreerd buitenschools aanbod. De lokale besturen staan voor de opdracht om een toegankelijk, kwaliteitsvol en inclusief aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten te realiseren voor alle kinderen en gezinnen.
Het lokaal bestuur vervult daartoe de volgende opdrachten:
1° het ontwikkelen van een lokaal beleid dat rekening houdt met de doelstellingen en dat deel uitmaakt van de meerjarenplanning.
2° het beslissen over de besteding en de verdeling van de beschikbare financiële, personele, logistieke en infrastructurele middelen, waaronder de subsidie.
3° de erkenning, het toezicht en de handhaving met betrekking tot het lokaal aanbod van buitenschoolse activiteiten.
Het lokaal bestuur Gavere start op 1 september 2026 met de effectieve uitvoering van het BOA-decreet.
Het verdelen van de beschikbare financiële middelen kadert binnen deze decretale bevoegdheden en vormt een noodzakelijke stap voor een consistente en transparante uitvoering van het BOA-decreet op lokaal niveau.
Op 5 september 2025 keurde de Vlaamse Regering het uitvoeringsbesluit over de BOA boost-subsidie goed. De subsidie geeft lokale besturen een belangrijke extra impuls om de lokale uitrol van het BOA-decreet vorm te geven.
Voor het lokaal bestuur Gavere bedraagt de BOA-Boost subsidie:
De middelen kunnen besteed worden aan acties tussen 1 juli 2025 en 31 december 2026 om:
Dit reglement biedt financiële ondersteuning om de kwaliteit te verhogen, onder meer door in te zetten op kwaliteitsvolle speel- en rustmomenten voor kinderen van 3 tot 12 jaar en op het creëren van een duurzame, stimulerende speelomgeving.
Het lokaal samenwerkingsverband verleende positief advies over de voorliggende ontwerpstukken in de zitting van 27 februari 2026. Het concrete advies en het antwoord hierop luiden:
| Advies | Antwoord bestuur |
| Art. 3. Is het niet veiliger om geen verdeling (95% voor duurzaam spel- en inrichtingsmateriaal en max. 5% voor klein materiaal) vast te leggen van de middelen? | Het bestuur geeft het vertrouwen aan de erkende organisatoren om zelf te beslissen over de verdeling van de middelen. Artikel 3 werd als volgt aangepast: "Verdeling van de middelen beoogt
De organisatoren beogen met de verdeling van de middelen een gezonde verdeling tussen materiaal voor kleuters versus lagereschoolkinderen en duurzaam versus klein materiaal. |
De kredieten zijn gekoppeld aan de prioritaire actie A020304 Ontwikkelen van een kwalitatief en geïntegreerd beleid rond buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA).
|
|
Doelstelling en toepassingsgebied |
| Art. 1: |
Dit reglement regelt het recht op speelcheques voor erkende organisatoren van buitenschoolse opvang op het grondgebied van Gavere. Via dit reglement wordt financiële ondersteuning geboden voor acties die bijdragen aan een kwaliteitsvolle, duurzame en stimulerende speelomgeving. |
| Art. 2: |
Dit gebruikersreglement is van rechtswege van toepassing op alle organisatoren van schoolopvang. Het recht:
|
|
|
Aanwending |
| Art. 3: |
De speelcheques kunnen worden gebruikt voor:
|
| Art. 4: |
De met speelcheques aangekochte materialen worden aangewend voor de buitenschoolse opvang en moeten ten allen tijde beschikbaar en inzetbaar zijn binnen de opvangwerking. |
| Art. 5: |
De erkende organisator betrekt medewerkers en gebruikers bij keuzes die impact hebben op de werking en kwaliteit van de buitenschoolse opvang en maakt deze participatie aantoonbaar bij rapportage. |
|
|
Procedure |
| Art. 6: |
Voor het schooljaar 2026–2027 wordt een bedrag van € 40 per kind, ingeschreven in een kleuter- of basisschool die optreedt als organisator, voorzien. De BOA-subsidie wordt verdeeld op basis van:
|
| Art. 7: |
De gemeente:
|
|
|
Toezicht en handhaving |
| Art. 8: |
De erkende organisator:
|
| Art. 9: |
De wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen is integraal van toepassing. Het college van burgemeester en schepenen is belast met de uitoefening van de controle(s) bedoeld in de wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen en behoudt het recht:
|
|
|
Slotbepalingen |
| Art. 10: |
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van onderhavig reglement. |
| Art. 11: |
Onderhavig reglement treedt in werking op 01 april 2026 en eindigt op 31 augustus 2027. |
| Art. 12: |
Onderhavige beslissing wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur. De toezichthoudende overheid wordt in kennis gesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur. |
| Art. 13: |
Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan:
|