De voorzitter opent de zitting op 15/12/2025 om 23:15.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 32.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 277 en 278.
Elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de raad voor maatschappelijk welzijn worden aangenomen, worden de notulen en het zittingsverslag in die zin aangepast.
Als er geen opmerkingen worden gemaakt over de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering worden de notulen en het zittingsverslag als goedgekeurd beschouwd en worden ze ondertekend door de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en de algemeen directeur.
Er werd vastgesteld dat in het OCMW-raadsbesluit van 17 november 2025 houdende onthaalgezinnen - ondersteuning kinderbegeleiders - vaststellen reglement van inwendig bestuur (vervangen OCMW-raadsbesluit van 25 juni 2024) het woord 'Art. 6:' tweemaal was vermeld. Het tweede vermelde woord 'Art. 6:' werd verwijderd.
| Art. 1: |
De notulen van de zitting van de OCMW-raad van 17 november 2025 goed te keuren. |
| Art. 2: |
Het verslag van de zitting van de OCMW-raad van 17 november 2025 goed te keuren. |
OCMW-raadsbesluit van 21 oktober 2019 houdende vaststellen van een reglement betreffende invorderingskosten bij onbetwiste en opeisbare schuldvorderingen (vervangen OCMW-raadsbesluit van 20 december 2016).
Het OCMW-raadsbesluit van 21 oktober 2019 houdende vaststellen van een reglement betreffende invorderingskosten bij onbetwiste en opeisbare schuldvorderingen vervalt per 31 december 2031. Het is aangewezen dit reglement te vernieuwen zonder inhoudelijke wijzigingen of tariefaanpassingen.
Debiteuren van niet-fiscale schuldvorderingen krijgen een redelijke betaaltermijn van 30 dagen na het versturen van de factuur.
Een eerste kosteloze betalingsherinnering voor openstaande niet-fiscale ontvangsten wordt pas verzonden na het verstrijken van de initiële betaaltermijn die op de factuur staat vermeld. Bij deze herinnering wordt duidelijk gemeld dat de betrokkene de schuldvordering kan betwisten, maar enkel gegrond en om geldige redenen, eveneens tijdig binnen een vooropgestelde redelijke termijn en gericht aan de financieel directeur.
Vervolgens gaat een nieuwe, bijkomende betaaltermijn in van minstens 14 kalenderdagen. Na deze tweede betaaltermijn wordt een tweede en laatste herinnering aangetekend verstuurd naar de nalatige debiteur. Het openstaand bedrag van de schuldvordering wordt daarbij verhoogd met een door de OCMW-raad te bepalen bedrag voor de gemaakte invorderingskosten. Bij deze laatste herinnering wordt duidelijk gemeld dat in een volgende fase een dwangbevel zal worden betekend aan een gerechtsdeurwaarder ingeval het openstaand bedrag niet wordt vereffend binnen de voormelde betaaltermijn.
De opmaak en verzending van een dwangbevel kan immers enkel indien de schuld vervallen is en onbetwist. Mocht aan één van deze voorwaarden niet voldaan zijn, kan de betaling van betwiste niet-fiscale schuldvorderingen, vermeerderd met de openstaande invorderingskosten, afgedwongen worden via burgerlijke rechtspleging.
De financieel directeur kan een dwangbevel uitvaardigen, geviseerd en uitvoerbaar verklaard door het vast bureau, om onbetwiste en opeisbare niet-fiscale schuldvorderingen in te vorderen. Dat dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot. Dat exploot stuit de verjaring.
Een dwangbevel kan door het vast bureau alleen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard worden als de schuld opeisbaar, vaststaand en zeker is. De schuldenaar moet bovendien vooraf aangemaand zijn met een aangetekende brief, met een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs, of via een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2281 van het Burgerlijk Wetboek, en die een bewijs oplevert van deze melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens. Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn kan administratieve kosten aanrekenen voor die aangetekende brief. Die kosten zijn ten laste van de schuldenaar en kunnen ook ingevorderd worden via het dwangbevel.
Aangenomen wordt dat, rekening houdend met materiële kosten (software, drukwerk, verzending) en personeelskosten, een totaalbedrag van 25 euro over de volledige invorderingscyclus redelijk is ter vergoeding van de extra inspanningen die nodig zijn om de openstaande schuldvorderingen van moeilijke betalers te innen.
| Art. 1: |
Met ingang van 1 januari 2026 en dit voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie aangerekend bij openstaande en onbetaalde schuldvorderingen. |
| Art. 2: | Het bedrag van deze retributie wordt als volgt vastgesteld:
|
| Art. 3: | De retributie wordt niet aangerekend bij recuperatie van specifieke uitgaven vanwege het Sociaal Huis. |
| Art. 4: | De retributie is verschuldigd door debiteuren die laattijdig hun verschuldigde schuldvordering betalen. De retributie is onmiddellijk opeisbaar. |
| Art. 5: | De retributie wordt gevoegd bij het bedrag van de openstaande vordering. |
| Art. 6: | Bij onvolledige betaling wordt eerst de verschuldigde retributie aangezuiverd. Vervolgens wordt de schuldvordering gedeeltelijk aangezuiverd. |
| Art. 7: | Onderhavige beslissing wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285, 286 §1 1° en 287 van het decreet lokaal bestuur. De toezichthoudende overheid wordt in kennis gesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur. |
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 77.
Voedselhulp Gavere vzw werd opgericht op 13 juli 2023 en heeft als doel bijstand te verlenen aan individuen, gezinnen en sociale instellingen door het verstrekken van materiële hulp en hulpgoederen. De samenwerkingsovereenkomst tussen OCMW Gavere en Voedselhulp Gavere vzw werd in de OCMW-raadszitting van 16 oktober 2023 goedgekeurd.
De samenwerking verloopt gunstig. De vrijwilligers hebben de werking verder uitgebouwd en versterkt. Er worden maandelijks gemiddeld 90 gezinnen bereikt.
Het is wenselijk om de samenwerking voort te zetten in de komende legislatuur.
De belangrijkste wijzigingen aan de overeenkomst betreffen:
| Art. 1: |
De samenwerkingsovereenkomst tussen het OCMW Gavere en Voedselhulp Gavere vzw, goed te keuren, zoals gezien als bijlage, vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031. Deze overeenkomst kan niet stilzwijgend worden verlengd. |
| Art. 2: |
De voorzitter van het OCMW-raad en de algemeen directeur te machtigen het addendum aan de overeenkomst namens het OCMW te ondertekenen. |
| Art. 3: |
Een afschrift van deze beslissing over te maken aan
|
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 161.
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stellen het gezamenlijk organogram van de diensten van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vast. Volgens de memorie van toelichting bij het decreet lokaal bestuur "komt het de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn toe om een gezamenlijk organogram van de diensten van zowel de gemeente als het OCMW vast te stellen, elk binnen het eigen bevoegdheidsdomein. Het begrip “gezamenlijk” staat voor een identiek voorstel. Dat betekent dat er twee besluiten over eenzelfde voorstel zullen worden genomen".
Het organogram geeft de organisatiestructuur van de diensten van de gemeente en van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn weer, duidt de gezagsverhoudingen en de functies aan waaraan het lidmaatschap van het managementteam is verbonden.
De algemeen directeur zorgt in overleg met het managementteam voor het voorontwerp van het organogram.
Het managementteam besprak het voorontwerp tijdens zijn vergadering van 3 november 2025 en gaf een positief advies.
Het hoog overlegcomité besprak het ontwerp tijdens zijn vergadering van 1 december 2025 en gaf een gunstig advies.
Het organogram werd op de volgende punten gewijzigd:
De personeelsformatie vermeldt het aantal betrekkingen per graad in voltijdse equivalenten en maakt een onderscheid tussen de statutaire betrekkingen en de contractuele betrekkingen.
De decreetgever heeft het begrip 'personeelsformatie' in het decreet lokaal bestuur niet hernomen wegens "niet (...) eigentijds en adequaat (...) voor de weergave van de reële personeelsbehoefte en voor het concrete personeelsbeheer". De decreetgever gaat evenwel uit van een vorm van personeelsplanning want hij meent dat "het organogram de vertaling is van het personeelsbehoefteplan dat onder meer het aantal betrekkingen per graad, een vermindering of vermeerdering van het aantal betrekkingen (de behoefte), het afschaffen en de omvorming van betrekkingen voor een welbepaalde dienst aangeeft. De concrete vaststelling van dit personeelsplan (PEP) is een beslissing tot vaststelling van de personeelsformatie als vermeld in artikel 11, §1, 1°,van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel". De geldende personeelsformaties van gemeente en OCMW zijn gebaseerd op een globaal personeelsbehoeftenplan dat daarna telkens incrementeel wordt bijgestuurd, zodat ze verder als instrument van personeelsplanning kunnen aangewend worden. We gebruiken voortaan de term personeelsomkadering.
De personeelsomkadering werd op de volgende punten gewijzigd:
De financiële effecten werden berekend op basis van de gemiddelde loonkost (gemiddelde van de 1e weddeschaal-trap 6 en de 3e weddeschaal-trap 27).
De financiële effecten op het meerjarenplan kunnen als volgt samengevat worden:
| Art. 1: |
Het organogram vast te stellen, zoals gezien in bijlage. In het organogram de functies aan te duiden waaraan het stemgerechtigd lidmaatschap van het managementteam verbonden is. Het gaat in concreto om de volgende functies:
De burgemeester, of de schepen door hem aangewezen, maakt met raadgevende stem deel uit van het managementteam. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Art. 2: |
De personeelsomkadering als volgt vast te stellen:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Art. 3: |
De uitdovende personeelsomkadering als volgt vast te stellen:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Art. 4: |
Onderhavige beslissing treedt in werking op heden en vervangt integraal:
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Art. 5: |
De nodige aanpassingen van de personeelskredieten worden opgenomen in de eerstvolgende meerjarenplanaanpassing. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Art. 6: |
Een afschrift van deze beslissing over te maken aan de afdeling Interne Zaken (dienst Administratieve Organisatie en dienst Financiële Organisatie) en aan alle diensten. |
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 29.
OCMW-raadsbesluit van 20 januari 2025 houdende huishoudelijk reglement en deontologische code van de raad voor maatschappelijk welzijn (vervangen OCMW-raadsbesluit van 4 september 2023), artikel 26.
De briefwisseling gericht aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en die bestemd is voor de raad voor maatschappelijk welzijn, wordt meegedeeld aan de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De schriftelijke vragen aan de voorzitter van het vast bureau en aan het vast bureau worden ter kennisname voorgelegd aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 31.
OCMW-raadsbesluit van 20 januari 2025 houdende huishoudelijk reglement en deontologische code van de raad voor maatschappelijk welzijn (vervangen OCMW-raadsbesluit van 4 september 2023), artikel 26.
De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn hebben het recht aan de voorzitter van het vast bureau en aan het vast bureau mondelinge vragen te stellen.
De voorzitter sluit de zitting op 15/12/2025 om 23:20.
Namens OCMW-raad,
Serge Ronsse
algemeen directeur
Wim Malfroot
voorzitter van de OCMW-raad