De gemeenteraad stelde op 23 maart 2026 het lokaal erkenningskader Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA) vast. Dit erkenningskader bepaalt dat de organisator een gezond financieel beleid moet voeren.
De tarieven voor voor- en naschoolse opvang en opvang op schoolvrije dagen werden gedurende meerdere jaren niet geïndexeerd, waardoor de werking momenteel met een structureel tekort wordt geconfronteerd. Rekening houdend enkel met de werkingsopbrengsten uit ouderbijdragen en de personeelskosten werd voor het werkingsjaar 2024 een verlies van € 47.000 geraamd.
Daarnaast bestaan er binnen de gemeente aanzienlijke tariefverschillen tussen organisatoren, variërend van € 0,30 tot € 0,50 per kwartier. Deze verschillen zijn moeilijk te verzoenen met het principe van gelijke kansen voor elk kind.
Tegelijkertijd neemt de vraag naar opvang toe, terwijl het steeds moeilijker wordt om voldoende vrijwilligers en medewerkers aan te trekken. Het kwaliteitskader dat Vlaanderen oplegt binnen het BOA-decreet vereist bovendien een lagere kind - begeleider ratio en sterke medewerkersprofielen, om de evolutie van louter toezicht naar een volwaardige BOA-werking mogelijk te maken.
Bijkomende middelen zijn dan ook noodzakelijk om de kwaliteit en continuïteit van de dienstverlening te waarborgen. De subsidies van de Vlaamse overheid vormen een belangrijke ondersteuning, maar volstaan niet om de volledige kost van de hervorming te dekken. Bovendien zijn deze subsidies slechts gegarandeerd tot 2031. Met het oog op de lange termijn neemt het lokaal bestuur daarom structurele maatregelen, waaronder een aanpassing van de tarieven.
De voorgestelde tariefaanpassing werd besproken en positief geadviseerd door het lokaal samenwerkingsverband BOA, waarin alle Gaverse scholen vertegenwoordigd zijn. Er bestaat een breed draagvlak om te streven naar meer uniformiteit in openingsuren, kwaliteit en prijszetting.
Het lokaal samenwerkingsverband stelt voor om de opvangtarieven voor de voor- en naschoolse opvang en opvang op schoolvrije dagen vanaf 1 september vast te leggen op € 0,70 per begonnen kwartier. Deze aanpassing is noodzakelijk om de dienstverlening financieel duurzaam te organiseren. Ondanks deze verhoging blijven de tarieven tot de laagste in de regio behoren.
Voor gezinnen in een kwetsbare situatie wordt een verlaagd kansentarief voorzien, op basis van de afbakening binnen de UiTPAS met kansentarief. Hierbij wordt 20% van de kost gedragen door het gezin en 80% door de organisator. Op deze manier blijft de opvang toegankelijk voor iedereen en wordt bijkomende ondersteuning geboden aan wie dit het meest nodig heeft
Het is aangewezen om de retributietarieven voor de organisatie van buitenschoolse opvang in de toekomst te laten evolueren en eventueel indexeren in overleg met het lokaal samenwerkingsverband BOA. Zoals bijvoorbeeld bij de tariefbepaling van de schoolmaaltijden, is het om efficiëntieredenen nuttig om de het tarief van de buitenschoolse opvang door het college van burgemeester en schepenen te laten vast te stellen.
Volgens artikel 41, tweede lid, 14°, van het decreet lokaal bestuur kan de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentebelastingen en het vaststellen van de machtiging tot het heffen van retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen, niet worden gedelegeerd aan het college van burgemeester en schepenen. De gemeenteraad kan aan het college van burgemeester en schepenen wel machtiging verlenen om het tarief van de retributies vast te stellen. Zo kan het college bijvoorbeeld tarieven vaststellen voor producten en prestaties van de toeristische dienst, van de bibliotheken of van andere uitleendiensten en voor de volgende diensten en producten van de basisscholen: schoolreizen, abonnementen, maaltijden en dranken, uitstappen en activiteiten en leerlingenvervoer.
Ingeval weigering of nalatigheid in hoofde van de debiteur om het verschuldigd bedrag te betalen, zal de invordering van de retributie ingeval van onbetwiste niet-fiscale ontvangsten gebeuren bij dwangbevel, en ingeval van betwiste niet-fiscale ontvangsten overeenkomstig de wetsbepalingen betreffende de burgerlijke rechtsprocedure.
| Art. 1: | Met ingang van 1 september 2026 en dit voor een termijn eindigend op 31 december 2031 wordt een retributie geheven op buitenschoolse opvang. Onder buitenschoolse opvang wordt begrepen:
|
| Art. 2: | Het bedrag van de retributie op buitenschoolse opvang wordt bepaald door het college van burgemeester en schepenen. Dit bedrag volgt de prijszetting zoals geadviseerd door het lokaal samenwerkingsverband BOA. |
| Art. 3: | De retributie wordt per kind vastgesteld en bedraagt minstens € 0,70 per begonnen kwartier. De volgende verminderingen zijn toegestaan:
|
| Art. 4: | De volgende vrijstellingen zijn toegestaan:
Het college van burgemeester en schepenen wordt niet gemachtigd om andere verminderingen of vrijstellingen toe te staan.
|
| Art. 5: | De retributie is verschuldigd door de ouder of voogd van de verbruiker van de opvangfaciliteiten. |
| Art. 6: | De retributie wordt betaald na ontvangst van een factuur of via online betaling. |
| Art. 7: | In de voor- en naschoolse opvang zijn er geen annuleringskosten van toepassing. Bij opvang op schoolvrije dagen wordt bij annulering 50% van het retributietarief in artikel 3 aangerekend, berekend op basis van het ingeschreven aantal kwartieren per dagdeel per kind. |
| Art. 8: | Bij weigering of nalatigheid om het verschuldigd recht te betalen geschiedt de invordering overeenkomstig de burgerlijke rechtspleging voor zover de schuld ten aanzien van de gemeente betwist wordt. Ingeval de verschuldigde retributie niet betwist wordt zal de invordering gebeuren bij dwangbevel na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen. |
| Art. 9: | Het gemeenteraadsbesluit van 23 november 2009 houdende gemeentelijke buitenschoolse kinderopvang - vaststellen retributiereglement wordt opgeheven met ingang van 1 september 2026. |
| Art. 10: | Onderhavige beslissing wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285, 286 §1 1° en 287 van het decreet lokaal bestuur. De toezichthoudende overheid wordt in kennis gesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur. In de schoolreglementen van de gemeentelijke basisscholen wordt een verwijzing opgenomen naar de onderhavige beslissing. |
| Art. 11: | Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan:
|