De voorzitter opent de zitting op 23/02/2026 om 20:30.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 32.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 277 en 278.
Elk lid van de raad voor maatschappelijk welzijn heeft het recht tijdens de vergadering opmerkingen te maken over de redactie van de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de raad voor maatschappelijk welzijn worden aangenomen, worden de notulen en het zittingsverslag in die zin aangepast.
Als er geen opmerkingen worden gemaakt over de notulen en het zittingsverslag van de vorige vergadering worden de notulen en het zittingsverslag als goedgekeurd beschouwd en worden ze ondertekend door de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en de algemeen directeur.
| Art. 1: |
De notulen van de eerste en tweede zitting van de OCMW-raad van 15 december 2025 goed te keuren. |
| Art. 2: |
Het verslag van de eerste en tweede zitting van de OCMW-raad van 15 december 2025 goed te keuren. |
OCMW-raadsbesluit van 26 mei 2025 houdende deontologische code - vaststellen, artikel 13.
OCMW-raadsbesluit van 26 mei 2025 houdende deontologische code - vaststellen, artikel 10 tot en met 13.
De deontologische code schrijft voor dat de lokale mandatarissen verantwoord en op een sobere wijze omgaan met de publieke middelen en vergoedingen die tot hun beschikking staan. Lokale mandatarissen die gebruik maken van de onkostenvergoedingen moeten hier op een transparante wijze verantwoording over afleggen.
De algemeen directeur rapporteert jaarlijks over de gedeclareerde onkostenvergoedingen aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
| Art. 1: | De raad voor maatschappelijk welzijn neemt kennis van het overzicht van de gedeclareerde onkostenvergoedingen voor 2025, zoals gezien in bijlage. |
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 78 2e lid 11°.
Het openbaar centrum is eigenaar van een perceel landbouwgrond gelegen te Bekestraat in Zingem. Het perceel is kadastraal gekend als:
Het perceel heeft een totale kadastrale oppervlakte van 3.526 m².
De pachter deed opzeg van pacht en het perceel is bijgevolg vrij van pacht met ingang van 1 januari 2026.
Het perceel kan door het lokaal bestuur niet nuttig aangewend worden voor de realisatie van het beleid of de dienstverlening.
Er is een geldig en recent schattingsverslag. De waarde van het perceel bedraagt volgens het schattingsverslag € 14.104.
Overeenkomstig artikel 293 van het decreet over het lokaal bestuur worden onroerende goederen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn altijd vervreemd volgens de principes van mededinging en transparantie, behalve als er een motivering wordt gegeven voor een afwijking daarvan.
Er zijn geen redenen om af te wijken van het principe van mededing en transparantie. De verkoop van het goed zal openbaar gebeuren.
| Art. 1: |
Een perceel landbouwgrond gelegen te Bekestraat (Kruisem), kadastraal gekend als
met naleving van de principes van mededinging en transparantie te koop aan te bieden. |
| Art. 2: |
De ontwerpakte (verkoopsvoorwaarden) met betrekking tot het perceel landbouwgrond gelegen te Bekestraat (Kruisem), kadastraal gekend als
goed te keuren, zoals gezien in bijlage. De minimale verkoopprijs bedraagt € 14.104. |
| Art. 3: |
Het vast bureau te gelasten met de uitvoering van de onderhavige beslissing en in het bijzonder met het bepalen van de data van de bezoeken, de biedingen en de toewijs. |
| Art. 4: |
De voorzitter en de algemeen directeur zullen de akte namens het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn ondertekenen. |
| Art. 5: |
Een afschrift van deze beslissing over te maken aan
|
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 77 en 78.
Het lokaal bestuur doet voor diverse activiteiten beroep op vrijwilligers. In 2025 werd onder begeleiding van het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk het vrijwilligersbeleid van het lokaal bestuur Gavere onder de loep genomen. Op basis van input van vrijwilligers van het lokaal bestuur Gavere en medewerkers die deze vrijwilligers begeleiden, werd het vrijwilligersbeleid verder uitgewerkt. Bij deze uitwerking was er zowel aandacht voor
In het attentie- en waarderingsbeleid willen we het inzetten op de intrinsieke motivatoren van vrijwilligers centraal plaatsen. Maar in sommige gevallen is het wenselijk om de vrijwilligers een vergoeding te geven. De maximale vergoeding bedraagt € 24,79 per dag of € 991,57 per jaar. Deze maximumbedragen gelden per kalenderjaar en worden jaarlijks herzien overeenkomstig artikel 10 van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers. Voor 2026 gelden de volgende bedragen: € 44,02 per dag en € 1.760,83 per jaar.
De vergoedingen werden geëvalueerd en bijgestuurd rekening houdend met onderstaande principes:
| Art. 1: | De vrijwilligers werden ingedeeld in categorieën. De volgende categorieën worden gehanteerd:
|
| Art. 2: | De forfaitaire vergoeding voor de recurrente activiteiten van vrijwilligers die behoren onder de categorie "Onthaal en publiekswerking" als volgt vast te stellen:
|
| Art. 3: | De forfaitaire vergoeding voor de recurrente activiteiten van vrijwilligers die behoren onder de categorie "Trajectvrijwilliger" als volgt vast te stellen:
|
| Art. 4: | De forfaitaire vergoeding voor eenmalige activiteiten van vrijwilligers als volgt vast te stellen:
|
| Art. 5: | De vrijwilligers kunnen per dag en per jaar geen forfaitaire vergoeding ontvangen die hoger is dan deze vermeld in overeenkomstig artikel 10 van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers. |
| Art. 6: | Een vrijwilliger kan een reële vergoeding krijgen voor verplaatsingskosten:
Een combinatie van de forfaitaire kostenvergoeding met de terugbetaling van de reële verplaatsingskosten is mogelijk voor maximaal 2.000 kilometer per jaar per vrijwilliger. Het totaal uitgekeerd jaarlijks bedrag ter vergoeding van het gebruik van openbaar vervoer, het eigen voertuig of de fiets mag maximaal 2.000 maal de kilometervergoeding bedoeld in artikel 74 van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt bedragen.
|
| Art. 7: | Het vast bureau wordt gemachtigd de vrijwilligers aan te duiden en met hen een afsprakennota af te sluiten. |
| Art. 8: | Onderhavige beslissing treedt in werking op 1 maart 2026. Onderhavige beslissing vervangt met ingang van dezelfde datum het OCMW-raadsbesluit van 14 oktober 2024 houdende inzet van vrijwilligers - vaststellen vergoeding (vervangen gemeenteraadsbesluit van 25 mei 2020). |
| Art. 9: | Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan:
|
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 186.
De algemeen directeur zorgt in overleg met het managementteam voor het voorontwerp van de rechtspositieregeling.
Het managementteam besprak het voorontwerp tijdens zijn vergadering van 18 december 2025 en gaf een positief advies.
Het bijzonder onderhandelingscomité besprak het ontwerp tijdens zijn vergadering van 6 februari 2026, en sloot een protocol van akkoord af.
De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op:
De overige wijzigingen worden geduid in het ontwerp.
| Art. 1: | De rechtspositieregeling vast te stellen, zoals gezien in bijlage. |
| Art. 2: | Behalve de bepalingen die rechtstreeks afdwingbaar en uitvoerbaar zijn treden de bepalingen van de rechtspositieregeling in werking op de datum van bekendmaking. Onderhavige beslissing vervangt bij zijn inwerkingtreding het OCMW-raadsbesluit van 18 november 2024 houdende rechtspositieregeling gemeentepersoneel - vaststellen (vervangen OCMW-raadsbesluit van 19 december 2022). |
| Art. 3: | Deze beslissing wordt in toepassing van artikel 286 van het decreet lokaal bestuur bekend gemaakt op de gemeentelijke website. Deze beslissing wordt in toepassing van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur gemeld aan de toezichthoudende overheid. |
| Art. 4: | Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de afdeling Interne Zaken (dienst Administratieve Organisatie). |
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 29.
OCMW-raadsbesluit van 20 januari 2025 houdende huishoudelijk reglement en deontologische code van de raad voor maatschappelijk welzijn (vervangen OCMW-raadsbesluit van 4 september 2023), artikel 26.
De briefwisseling gericht aan de voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn en die bestemd is voor de raad voor maatschappelijk welzijn, wordt meegedeeld aan de leden van de raad voor maatschappelijk welzijn.
De schriftelijke vragen aan de voorzitter van het vast bureau en aan het vast bureau worden ter kennisname voorgelegd aan de raad voor maatschappelijk welzijn.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikel 31.
OCMW-raadsbesluit van 20 januari 2025 houdende huishoudelijk reglement en deontologische code van de raad voor maatschappelijk welzijn (vervangen OCMW-raadsbesluit van 4 september 2023), artikel 26.
De leden van de raad voor maatschappelijk welzijn hebben het recht aan de voorzitter van het vast bureau en aan het vast bureau mondelinge vragen te stellen.
De voorzitter sluit de zitting op 23/02/2026 om 20:31.
Namens OCMW-raad,
Serge Ronsse
algemeen directeur
Wim Malfroot
voorzitter van de OCMW-raad